"Een boek lezen is hooguit het flirten met de auteur, maar als je een boek vertaalt dan ga je er echt een verhouding mee aan", aldus de bekende vertaalster (uit het Russisch) Aleida Schot, toevallig ook nog een oudtante van me.
Na een proefvertaling, goedgekeurd door Adriaan Morriën, mocht ik, dertig jaar oud, voor de Bezige Bij de beroemde roman Herzog van Saul Bellow vertalen. Dat was hard werken: een dik boek over de midlifecrisis van een Amerikaans Joodse professor in de filosofie. Maar ik genoot ervan en heb er heel veel aan gehad. Want niet alleen leerde ik de Amerikaanse cultuur, waarvoor ik me toch al interesseerde, van heel nabij kennen en kon ik me verlustigen in het virtuoze taalgebruik van Bellow, ook was de manier waarop hij over de lichamelijkheid van zijn man-zijn schreef uitermate verhelderend. |
Toen ik, maar iets later dan beloofd, mijn vertaling inleverde - hij zou nog grondig op slordigheidjes moeten worden nagevlooid - kreeg ik van Oscar Timmers - met een "Dit is een vluggertje" - de drukproeven van The painted bird van Jerzy Kosinski mee. De 'beschilderde' vogel heette het boek in het contract en daar heb ik meteen een 'geverfde' van gemaakt. Kosinski's stijl en woordenschat waren kinderwerk vergeleken bij die van Bellow; inhoudelijk zaten de lotgevallen van een kind in oorlogstijd me zo dicht op de huid dat in de Leeuwarder Courant mijn vertaling 'congeniaal' werd genoemd.
Het boek beleefde vele - ook voor mij profijtelijke - herdrukken en Oscar Timmers nam de vertaling van de volgende boeken van Kosinski voor eigen rekening.
 |