[Bekijk de afbeelding op ware grootte]
Schrijver wilde ik worden sinds ik, leeftijd viereneenhalf, helemaal zelf Het huisje in de sneeuw van W.G. van der Hulst had gelezen. Het ging over een jongetje dat verdwaalde in de sneeuw. Koude en angst zijn zijn deel maar dan is daar de troost van een pinkelend lichtje en een warme kachel. Zaken waar ik als Indisch kind geen ervaring mee had, maar het lot van het arme jongetje trof mij zodanig dat ik ervan moest huilen. Dat leek een magisch gebeuren en zo iets wilde ik ook teweeg kunnen brengen.

Dat het beroep van schrijver bestond wist ik van het voorgelezen worden uit Lodewijk de rattenvanger van Diet Kramer, dat ging over een tekkel die allerlei avonturen beleefde en 'de vrouw' schreef die dan op.

Door omstandigheden heb ik van leeftijd zeven tot negen geen boek in handen gehad: daar kan ik me nog steeds kwaad over maken.

terug