Gezelle, Rilke, Lucebert, Ted Hughes.

Ik lees meer Angelsaksische dan Nederlandstalige literatuur en van kind af aan heb ik mijn voorkeur voor (auto)biografieën beleden: liefst met foto's. Zelf kom ik onder andere voor in de biografie van Hans Andreus, A. Roland Holst en Geert Lubberhuizen.

Aan mijn eigen 'autobiografie in fragmenten', Persoonlijk, wijdde Riet Paasman een doorwrocht hoofdstuk in haar dissertatie Levens in letters: Dialoog met de ander. Ik laat mijzelf bekijken door de ogen van anderen en door hun reacties geef ik mijzelf vorm: zoiets. De slotzin: In de meanderende wijze waarop zij aan haar identiteit als schrijfster gestalte geeft - in een slingerbeweging door de tijd en gesprekken met anderen heen - geeft zij daarvan de bevestiging en bekrachtigt zij bovendien haar identiteit als schrijfster.

Zelf ben ik van mening dat schrijvers in hun fictie altijd het duidelijkst autobiografisch zijn. Want ook wat ze wel zouden willen dat er gebeurde kunnen ze onverlet laten plaatsgrijpen. Mijn meest autobiografische boek is misschien wel Al zeg ik het zelf, zei de zwifzwaf, geschreven in één nacht, in het voorjaar van 1960.

terug