Bekendste gedicht uit mijn eerste bundel Met huid en hand:

In Het Parool van 14 mei 1960 eindigde de recensie van Adriaan Morriën aldus:

"Het aangrijpendst uit die bijzettings- drang zich in het gedicht dat Mischa de Vreede voor haar dochtertje schreef. De dichteres neemt het kind terug in haar schoot en daarna gaan beiden terug naar het ongeboren zijn. Het kinderleven wordt door de moeder niet als zodanig aanvaard, het kind wordt niet werkelijk gebaard en losgelaten. De geboorte wordt door een hernieuwde gedroomde zwangerschap ontkend, de vergissing van het leven door de dood hersteld. Het is een van de tegenstrijdigheden van het dichterschap dat een zo totale levens- onmacht met een zo bewonderens- waardige technische zelfbeheersing onder woorden wordt gebracht."
lees verder terug
kom catelijne
mijn lieve kleine
mijn ik in het reine
kom bij me
gaan we terug naar het ongeboren zijn

wees niet bang voor de slaap
ik blijf bij je
wees niet bang voor de nacht
want ik ben je nacht
wees niet bang voor het water
ik maakte het water
het water is goed
en het draagt je
het wordt weer als vroeger
ik voed je met mijn bloed
ik kleed je met mijn huid
binnen mijn heupen
bouw ik je huis
vanzelfsprekend
heb ik je lief als mezelf
zijn wij naakt voor elkaar
en kennen elkaars binnenkant

mijn naaste naaste
ik wil je sparen
zacht neem ik je mee
vaar met mij
in mijn binnenzee
door de nauwe ingang van het leven
terug in de wijde
dood

Naar aanleiding van dit in 1957 geschreven gedicht hebben bij mijn weten, - ik kreeg een geboortekaartje of werd aan hen voorgesteld - tenminste vijftien meisjes de naam Catelijne gekregen.