Vanaf 1969 was zij genoodzaakt 'van de pen te leven'; ze schreef onder meer columns voor de VARA radio, recenseerde kinderliteratuur voor NRC-Handelsblad en hield voor het toenmalige bureau SSS lezingen door het hele land. Ook maakte zij (reis)verslagen voor onder anderen Vrij Nederland, Intermagazine en Elégance.
In 1983/1984 woonde zij als writer-in-residence aan de University of Michigan in Ann Arbor.
In 1991 verhuisde zij vanuit Amsterdam naar Camperduin; zij woont daar heel dicht bij de zee. Zij ging zich toeleggen op 'oral history': het noteren van aan haar vertelde (levens)geschiedenissen onder het motto:
|
Een verhaal vertellen is ongeveer het liefste wat je een ander kunt aandoen.
Hoezeer ze ook hield van het schrijven van een goed stuk, - 'niet louter reactie maar ook een creatie!' - sinds kort wil ze zich niet meer aan deadlines hoeven te storen en schrijft ze alleen nog over wat ze - letterlijk - op het hart heeft, bijvoorbeeld voor Rood Koper over Rilke, eenhoorns of de Twin Towers.
Maar het liefst wijdt ze zich aan de poëzie. Zodat zij haar eigen stem weer laat klinken, een stem die vertelt, uiteraard.
|